De CAST studie

Jaargang 2020, editie 4

Britt Barvelink 

Heb jij je wel eens afgevraagd of de gipsimmobilisatie van enige invloed is op de stabiliteit van een gereponeerde distale radiusfractuur? Vast wel! Dan ben je waarschijnlijk geïnteresseerd in de uitkomst van de CAST studie.

Jaarlijks breken circa 33.000 Nederlanders hun pols. Zo’n 30% van de polsfracturen bij volwassen is gedisloceerd en wordt op de spoedeisende hulp gereponeerd. Vervolgens wordt de pols ingegipst middels een spalk of een circulair gips. Helaas blijkt een deel van de gereponeerde fracturen in de eerste weken weer te disloceren. Dit resulteert meestal in operatief herstel. Meerdere patiënt- en fractuurkarakteristieken zijn gerelateerd aan redislocatie, zoals leeftijd, vrouwelijk geslacht en dorsale comminutie. Onbekend is echter of de gipsmethode van enige invloed is op de fractuurstabiliteit. 

De huidige richtlijn en bestaande literatuur doen geen uitspraak over deze kwestie. De keuze voor een spalk of circulair gips wisselt daarom per ziekenhuis. Het onderzoeksteam van het Erasmus MC heeft in samenwerking met het Elisabeth Tweesteden ziekenhuis, het Reinier de Graaf Gasthuis en het Maastricht UMC een retrospectief onderzoek uitgevoerd om de invloed van de gipsmethode te analyseren. Hieruit blijkt dat er aanwijzingen zijn dat een circulair gips betere resultaten geeft. Na één week was bij 29% van de gespalkte polsen sprake van secundaire dislocatie, tegenover 17% van de circulair gegipste polsen. Deze interessante bevinding onderzoeken we nu nader middels een prospectieve studie. 

De CAST studie is opgezet door orthopedisch chirurg-traumatoloog Joost Colaris en wetenschappelijk onderzoeker Max Reijman, beide werkzaam bij het Erasmus MC. Het onderzoek wordt uitgevoerd door arts-onderzoeker Britt Barvelink. Tien ziekenhuizen in West-Nederland doen mee aan de studie. In totaal zullen ruim 600 patiënten geïncludeerd worden. In juni dit jaar is de CAST studie van start gegaan. 

De CAST studie richt zich op volwassen patiënten met een gereponeerde distale radiusfractuur. Een patiënt die in één van de deelnemende centra op de spoedeisende hulp komt met een gedisloceerde fractuur, zal gevraagd worden voor deelname. Na repositie wordt vervolgens een spalk óf een circulair gips aangelegd op basis van clusterrandomisatie. Clusterrandomisatie houdt in dat het ene ziekenhuis begint met spalken en het andere ziekenhuis met circulair gipsen. Halverwege het beoogd aantal inclusies per ziekenhuis wordt er gewisseld van gipsmethode. Er wordt gestreefd naar uniformiteit door standaardisatie van beide gipsmethoden middels gipsinstructie video’s, posters en hands-on instructies van lokale gipsverbandmeesters. 

Bij deelnemende patiënten worden vervolgens het herstel nauwkeurig gevolgd. De controlefoto’s worden beoordeeld, complicaties worden bijgehouden en na 3 maanden wordt de hand-polsfunctie getest door het onderzoeksteam. Tevens worden patiënten een jaar lang middels vragenlijsten gevolgd waarin wordt gevraagd naar pijnklachten, comfort van de gipsbehandeling en patiënt gerapporteerde functiebeperkingen. 

De verwachting is dat het 1,5 jaar duurt om alle patiënten te includeren. We zullen dus nog even moeten wachten op de resultaten van CAST studie. 

Britt Barvelink, onderzoeker in het ErasmusMC

U dient in te loggen om een reactie te kunnen plaatsen.

Laat een reactie achter

Dit veld is verplicht